Hoe gebruik ik Google Tag Manager met WordPress?

Leo 26 oktober 2017
Google Tag Manager

Het is een ‘must’ om statistieken bij te houden van je website. In bijna alle gevallen wordt Google Analytics gebruikt om bezoekersaantallen en conversies bij te houden. Om Analytics te integreren binnen een WordPress website zijn legio plugins beschikbaar. Waaronder de ‘Google Analytics for WordPress by MonsterInsights‘ plugin die ook Pronamic bijna altijd standaard installeert.
Ben je wat serieuzer met je website en online marketing bezig dan kan de Google Tag Manager een handige tool zijn. Je kunt hiermee op een flexibele manier meerdere tags implementeren binnen je website. Denk dan bijvoorbeeld aan tags voor Adwords, Bing en Facebook. In dit artikel beschrijf ik hoe je de basis integratie kunt inrichten voor de Google Tag Manager in combinatie met WordPress.

Wat heb je nodig?

Google Tag Manager inrichten

Ik ga er vanuit dat je je al hebt geregistreerd bij Google Tag Manager. Wanneer je Tag Manager voor het eerst gaat gebruiken krijg je meteen de pagina ‘Account toevoegen’.

De structuur die Google Tag Manager gebruikt heeft twee niveau’s, namelijk:

  • Accounts
    • Containers

Stap 1: Geef een naam aan het account, bijvoorbeeld van het bedrijf waarvoor je het account gebruikt en klik op ‘Doorgaan’.
Stap 2: Geef een containernaam op, bijvoorbeeld de domeinnaam van een website. Maak ook een keuze uit de opties waarvoor je de container gebruikt. Kies vervolgens ‘Maken’.

1. Google Tag Manager - Inrichten 2. Google Tag Manager - Accounts

Na het accepteren van de ‘Serviceovereenkomst’  krijg je de codes te zien die je in jouw website moet integreren. Je kunt dit laten voor wat het is en deze melding afsluiten. Je komt op het ‘Dashboard’ van de zojuist aangemaakte container.

Binnen de Google Tag manager vind je aan de linkerkant een aantal items waar we gebruik van gaan maken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • Tags: Een tag is een ‘codefragment’ in Javascript dat informatie aan een derde partij stuurt;
  • Triggers: Een trigger is een voorwaarde die aan een tag kan worden gekoppeld om te bepalen wanneer de tag moet worden geactiveerd;
  • Variabelen: Een variabele is een naam/waarde-paar waarvan de waarde tijdens een uitvoering wordt ingevuld;
  • Mappen: Wanneer je intensief gebruik maakt van de Tag Manager kan je de tags, triggers en variabelen indelen in mappen.

3. Google Tag Manager - Workspace

Google Tag Manager koppelen aan WordPress

De volgende stap is het installeren van de Tag Manager binnen de WordPress website. Dat doen we met behulp van de ‘DuracellTomi’s Google Tag Manager for WordPress’ plugin. Installeer deze plugin via ‘Nieuwe plugin installeren’ binnen de WordPress Admin.

De laatste stap om de Google Tag Manager te activeren binnen jouw website is door het Tag Manager ID in te vullen op de instellingen-pagina van de plugin. Deze ID is de Container ID binnen de GTM en de meest eenvoudige plek om deze te vinden is op de startpagina van jouw Google Tag Manager. Hier vind je namelijk een overzicht van alle accounts en containers die je beheert. Achter iedere container staat het Container ID, zoals: GTM-XXXXXXX. Kopieer deze ID en plak deze in het daarvoor bestemde veld bij de instellingen-pagina. Tot slot geef je aan hoe je de container code wilt plaatsen.
Persoonlijk kies ik bij voorkeur voor de ‘Codeless injection’ zodat je geen code in je thema hoeft te plaatsen én de code wordt op de juiste plek geïntegreerd.

Gefeliciteerd, je hebt de Google Tag Manager nu gekoppeld aan jouw WordPress website.

Google Tag manager inrichten voor Google Analytics

Nu de Tag manager is gekoppeld wil je ook de statistieken in Google Analytics gaan bijhouden. Dat doe je door dit in te richten binnen de Tag Manager.

Variabele instellen

  • Login bij Google Analytics en zorg dat je de property ID bij de hand hebt;
  • Ga naar ‘Variabelen’ en maak een nieuwe variabele aan;
  • Geef de variabele de naam ‘gaProperty’;
  • Klik in het blok ‘Variabele configuratie’ en kies de optie ‘Google Analytics Instellingen’;
  • Vul bij ‘Tracking ID’ de ‘Property ID’ van Google Analytics in;
  • Als je ‘Remarking’ of ‘E-commerce’ gegevens wilt bijhouden, kan je deze instellen bij de optie ‘Meer instellingen’;
  • Kies tot slot rechts bovenin ‘Opslaan’.

4. Google Tag Manager - Google Analytics (variable)

Tag instellen

De tweede stap is het instellen van een ‘Tag’. Dit doe je via:

  • Ga naar ‘Tags’ en kies ‘Nieuwe’;
  • Geef de naam ‘GA – Pageview’ (je wilt namelijk dat de tag op iedere pagina wordt geladen);
  • Klik op het blok ‘Tag configuratie’ en kies de optie ‘Universal Analytics’
  • Laat het ‘Track type’ staan op ‘Page view’
  • Kies bij ‘Google Analytics Settings’ de ‘{{gaProperty}}’ variabele die je net hebt aangemaakt.
  • Klik op het blok van ‘Triggering’ en selecteer de optie ‘All pages’;
  • Kies rechts bovenin ‘Opslaan’.

5. Google Tag Manager - Google Analytics (tag)

Container publiceren

De laatste stap is de container met de aangemaakte tags en variabelen te publiceren. Dit doe je door rechts bovenin de pagina op ‘Submit’ te klikken. Je moet een versie naam en beschrijving opgeven. Bij een eerste versie geef ik deze meestal de naam ‘Initial release’ met een gerelateerde beschrijving van de tags die ik heb toegevoegd. Als je de titel en beschrijving hebt ingevuld kies je rechts bovenin ‘Publiceren’. De container met jouw Google Analytics gegevens staat nu ‘live’ en de statistieken worden nu bijgehouden.

6. Google Tag Manager - Submit container

Je kunt dit controleren door naar deze website te gaan of in Google Analytics te gaan naar de Realtime statistieken. Bekijk ook een paar pagina’s van jouw website. Zie je deze gegevens terug in de Realtime statistieken van Analytics dan is de integratie succesvol ingesteld.

Google Tag Manager kan je naast Analytics natuurlijk voor veel meer aspecten gebruiken. Succes met het inzetten van de tools die nodig zijn voor jouw website!

1 reactie

  1. Werkt! Bedankt hiervoor. Overal gezocht, niet verwacht dat het antwoord ook nog eens in het Nederlands kwam!

Altijd op de hoogte blijven?